Weblog

Hier maakt u kennis met de mens achter de counselor. De ene keer zal het gaan over mijn vrijwilligerswerk, soms een overdenking, mijn columns, een mooi gedicht en soms iets over de workshops die ik volg of geef. Mijn doel: door mijn kennis en vaardigheden met u te delen hoop ik dat dit weblog u een handvat kan geven tijdens uw innerlijke groei.
Veel leesplezier!

Ik geloof dat ik geen groter geschenk kan geven….

Ik geloof
dat ik geen groter geschenk
kan ontvangen
dan door de ander
te worden gezien,
te worden gehoord,
te worden begrepen
en aangeraakt.

Het grootste geschenk
dat ik kan geven is
de ander te zien,
te horen, te begrijpen, aan te raken.
Wanneer dat gebeurt
Voel ik
dat er contact is gelegd.

Virginia Satir

Dag Mam …

Dag Mam,

Ik mis je glinsterende ogen,
waarmee je liefdevol en trots naar me keek.

Ik mis de armen om me heen
waarmee je me stevig vasthield.

Ik mis je positieve woorden,
waarmee je me inspireerde.

Ik mis je stralende lach,
waarmee je iedereen positiviteit instraalde
Ik mis onze waardevolle moeder/dochterdag.

Ik mis je liefdevolle blik,
waardoor ik me geborgen voelde.

En wat ik niet mis,
Dat zijn de warme herinneringen en onze gesprekken
en vooral de persoon die je van binnen was
Die koester ik de rest van mijn leven.

Wie is … Cisca Holkamp (uit de BivT nieuwsbrief)

Trainer, coach en counselor en bovenal moeder van drie volwassenen kinderen en oma van twee kleinkinderen. Cisca Holkamp is door de wol geverfd. “Een rugzak met kennis en vaardigheden” noemt ze het zelf. Haar doel is om anderen te inspireren om hun eigen kennis en vaardigheden te aanvaarden, te waarderen en te hergebruiken.

“Mijn grootste hobby is studeren”, vertelt Cisca wanneer we haar interviewen voor deze nieuwsbrief. “Mijn rugzakje is bodemloos: ik raak nooit uitgeleerd en laat me graag inspireren door nieuwe inzichten en ervaringen. Als coach en counselor vind ik met name ervaringsgerichte cursussen erg waardevol. Je leert niet alleen de theorie, maar door de oefeningen zelf te ervaren kan je je ook veel beter inleven in je cliënt.”

Zelf hanteert Cisca deze trainingsvorm ook graag in haar cursussen, waaronder ook in de nieuwe bijscholing ‘Acceptance and Commitment Therapy’ (ACT), die zij binnenkort voor het BivT gaat verzorgen. De oefeningen en metaforen die in ACT worden beleefd zijn gericht op psychologische flexibiliteit: beter leren omgaan met de grillen van het leven en sneller geneigd zijn om de dingen te doen die echt belangrijk voor je zijn.

Om cursisten zo ver te krijgen dat ze zich overgeven aan de ervaring is een veilige leeromgeving cruciaal. Met haar rustige uitstraling en geduld vervult Cisca hierin haar natuurlijke rol als motivator en inspirator. “Je bent er als we je nodig hebben, daarna geef je de verantwoording terug, zodat we het zelf kunnen”, zeggen cursisten over Cisca. Een mooi compliment!

ImproGrow Counseling en Coaching bestaat 10 jaar

Een tienjarig jubileum moet natuurlijk worden gevierd. Per 6 mei geldt daarom voor drie maanden een lager tarief per consult van € 67,-. Wanneer u begeleiding nodig heeft, mogen de kosten geen belemmering zijn. Wellicht een extra reden om nú aan uzelf te gaan werken!

De drijvende kracht achter ImproGrow is coach en counselor Cisca Holkamp. Vanuit haar motto: ‘Elk mens heeft een rugzak met kennis en vaardigheden’, helpt ze cliënten hun eigen kennis en vaardigheden weer op te diepen en te benutten. In 2015 doet ze dat al tien jaar.
In dit jubileumjaar biedt ze, behalve een verlaagd tarief, een nieuwe methodiek: Acceptance and Commitment Therapy (ACT). Cliënten leren zich te richten op zaken die ze op directe wijze kunnen beïnvloeden, zoals hun eigen gedrag, in plaats van de controle te proberen te houden over zaken die niet direct te beïnvloeden zijn, zoals emoties en gedachten. Dat betekent dat die emoties en gedachten moeten worden geaccepteerd. De kern van deze methodiek is het idee dat vechten tegen onvermijdelijke zaken uiteindelijk ten koste gaat van een waardevol leven.

Naast ACT biedt ImproGrow ook diverse andere methoden, zoals EMDR, bedrijfscoaching en familieopstellingen. Verder zijn uiteenlopende maatwerktrajecten nodig. Consulten bij ImproGrow worden geheel of deels vergoed door de meeste verzekeraars.

Mijn kleine grote zusje

zusjes
Mijn kleine grote zusje,

Je hoorde altijd in mijn leven
Was een deel van mijn identiteit
Nu ben ik grote zus zonder klein groot zusje
En wie ik was die ben ik kwijt.

Slechts over blijven mijn herinneringen
van hoe jij leefde op aarde
en voor mij, die achter blijft
heeft dat de meeste waarde

 

Waarnemen of …

Ik heb nog nooit een luie man gezien;
Maar wel een man die nooit hard liep als ik hem zag
En wel een man die soms een middagdutje deed
En thuis bleef als het regende,
Maar het was geen luie man.
Voordat je me voor gek verklaart, denk even na:
Was die man wel lui, of is het ons eigen etiket?

Ik heb nog nooit een stom kind gezien;
Wel een kind dat soms dingen deed die ik niet begreep,
Of ze anders deed dan ik had verwacht.
Ik heb een kind gezien dat de plekken niet kende waar ik was geweest,
Maar het was geen stom kind.
Voordat je het stom noemt,
Denk even na: was het een stom kind,
Of wist het misschien weer andere dingen dan jij?

Overal heb ik gekeken,
Maar nergens heb ik een kok gezien.
Ik zag iemand die ingrediënten combineerde tot gerechten,
Iemand die het vuur hoog zette en het vlees braadde;
Dat heb ik gezien, maar geen kok.
Vertel me, als je kijkt,
Zie je dan een kok of iemand die iets doet wat wij koken noemen?

Wat sommigen van ons lui noemen,
Noemen anderen moe of ontspannen,
Wat sommigen van ons stom noemen,
Noemen anderen een verschil van inzicht.

Daarom is mijn conclusie dat het ons veel verwarring bespaart
Als we wat we zien niet verwarren met wat we ervan vinden.
En om je niet te verwarren, zeg ik nog:
Dit is slechts wat ik ervan vind.

Bron: www.civas.nl / geweldloze communicatie
Lied van Ruth Bebermeyer

Verlies van een baan een trauma?

25 Jaar werken bij hetzelfde bedrijf. Een aantal jaren geleden was dat heel normaal. Tegenwoordig komt dit veel minder voor. Hoe ga je om met het feit dat je 25 jaar je leven hebt ingedeeld op het werk. Soms tijdens de vakantie nog bezig zijn met het werk. En als het noodzakelijk was, bleef je ook rustig een paar avonden overwerken, dat was geen probleem. En dan gaat ‘jouw’ bedrijf moderniseren, een reorganisatie is dan een volgende stap.

Tijdens een reorganisatie in een bedrijf verandert er veel. Dit heeft ook zijn weerslag op de medewerkers: onzekerheid, houd ik mijn baan, de moed opgeven, waar doe ik het eigenlijk allemaal voor, het zijn herkenbare opmerkingen. De sfeer in het bedrijf kan zo veranderen dat medewerkers niet meer bezig zijn met de bedrijfsdoelen, maar meer met hun eigen onzekerheden en zich dan ziekmelden. Dit is een omgeving die desastreus is voor zowel het management als voor de medewerkers.

Ook na een ongeluk kom je soms noodgedwongen voor een ontslag te staan. Je bent hoopvol je revalidatie begonnen. Je gaat er van uit dat je weer terug kunt komen in ‘jouw’ bedrijf.
“Ik heb al die jaren alles gegeven voor het bedrijf, hoe kan het dan dat juist ik ontslag krijg?”

Met deze vraag komen veel cliënten in de praktijk. Als officemanager weet ik dat het heel moeilijk is om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Als therapeut weet ik hoe groot het verlies voelt voor een medewerker. Om dan uitleg te geven over het belang van een ‘vernieuwende’ manier van werken, en dat juist medewerkers die al heel lang in dienst zijn deze vernieuwing tegen kunnen houden, heeft geen zin. De schok is te groot voor de medewerker en het begrip voor de andere kant van de medaille is nog ver weg.

Wist u dat ontslag in de top 5 staat van meest emotionele gebeurtenissen?
Het verlies van een baan is, zeker na zo’n lang dienstverband, een trauma. Dat verwerk je niet zomaar even. In het begin is alle hoop nog gevestigd op een nieuwe baan. “ik ben een spin in het web, en ik heb altijd zelfstandig gewerkt. Zonder mij kwam er niets van de afdeling terecht”, zijn veel gehoorde uitspraken. Dat je vooral opleidingen hebt gevolgd die bedrijfsgerelateerd zijn en daardoor niet goed aansluiten bij andere bedrijven, is ook een onderwerp wat niet ter sprake komt aan het begin van het verwerkingsproces.

Men realiseert het zich meestal niet, maar het verlies van een baan kan net zo’n rouwproces op gang brengen als het verlies van een persoon. De psychiater Elisabeth Kübler-Ross heeft vijf fasen omschreven die de meeste mensen geheel of gedeeltelijk doorlopen om na een traumatische ervaring weer tot rust te komen. Deze fasen zijn niet voor iedereen even intensief en ook verschilt de volgorde vaak. Iedereen verwerkt rouw op zijn eigen manier. Dit geldt ook voor het verwerken van het verlies van een baan.

1. Ontkenning
Ontkenning is een algemeen afweermechanisme. In deze fase beschermt de persoon zich door de waarheid geheel af te wijzen. Dit gedrag geeft iemand de gelegenheid om de waarheid gedoseerd tot zich te laten komen. Aan het einde van deze fase gaat de medewerker op zoek naar de feiten, de waarheid, de schuldige.

2. Protest (of boosheid)
De medewerker protesteert tegen de verdrietige ervaring en heeft hierbij veel woede. Vaak richt de woede zich ook (ten onrechte) tegen de brenger van het nieuws de leidinggevende, iemand van personeelszaken. Hierbij komen gedachten naar boven als: “Waarom ik?”, “waarom nu?”, “dit is discriminatie”. Het is een gezond psychologisch verdedigingsmiddel om de schuld buiten zichzelf te zoeken. Door zich druk te maken over de schuldvraag ontwijkt men ook het gevoel van verlies en verdriet. Deze fase is voor de omgeving soms moeilijk te begrijpen.

3. Onderhandelen en vechten
Als de medewerker merkt dat protesteren en boosheid niet helpt kan men proberen het verlies te verwerken door zich doelen te stellen of beloften te doen. Dit kan vele vormen aannemen, bijvoorbeeld naar de rechter stappen bij een ontslag. Of men kan het recht in eigen hand nemen en een tegenaanval organiseren.

4. Depressie
Als het verdriet niet langer te ontkennen is en protesten, onderhandelingen, tegenaanvallen, etc. niet geholpen hebben, treedt vaak depressie op. De medewerker voelt zich machteloos en sluit zich vaak af voor contact of gedraagt zich teruggetrokken. De medewerker sluit zich ook af voor communicatie, bijvoorbeeld door weg te lopen, de telefoon er op te gooien, zich ziek te melden of in een donker hoekje te gaan zitten.

5. Aanvaarding
Na verloop van tijd ziet de medewerker in dat de waarheid niet te bestrijden is en accepteert hij het verdriet. Iemand die ontslagen is, kan weer een cv op internet zetten en langzaam aan weer actief gaan solliciteren.

Soms kan men in één van de fasen blijven hangen, dan is men niet meer in staat om zonder hulp de volgende fasen te doorlopen. Dat is het moment waarop cliënten in de praktijk komen. Er zijn verschillende methoden om deze vastgelopen rouw weer op gang te brengen. Ook ik hanteer een aantal fasen bij het verwerken van een traumatische gebeurtenis zoals het ontslag na jaren trouwe dienst of na een ongeluk.

Fase 1.
Tijdens het intakegesprek krijgen cliënten alle tijd om hun verhaal te vertellen. Daarna brengen we de klachten in kaart en leg ik uit hoe het behandelplan eruit kan zien.

Fase 2.
Het verwerken van de traumatische gebeurtenis. Dit kan op verschillende manieren. Elk mens is uniek. Er zal altijd gekeken worden wat bij deze cliënt past. Zoals bijvoorbeeld EMDR, systemisch werk, cognitieve gedragstherapie en aandachtgerichte therapie, om er maar eens een paar te noemen.

Fase 3.
Het reorganiseren van de binnenwereld van de cliënt. Door langdurige onzekerheid is niet alleen de geest maar ook het lichaam uit balans.
Door een constante aanmaak van het stresshormoon kunnen er lichamelijke klachten optreden, waarvoor niet altijd een medische reden te vinden is. Dit noemen we somatisatie. Een belangrijke vraag is dan ook of de lichamelijke klachten voor de traumatische gebeurtenissen ook al bestonden. Indien nodig wordt doorverwezen naar een huisarts of fysiotherapeut.

Fase 4.
Het reorganiseren van de buitenwereld van de cliënt. Steeds meer wordt duidelijk dat niet alleen de cliënt belangrijk is binnen deze fase, maar ook de omgeving. Hoe gaan de partner, de kinderen, familie, vrienden en kennissen om met de cliënt in deze moeilijke periode. Soms speelt ziektewinst een rol binnen dit proces. En indien nodig kan ook het gezin ingeschakeld worden om tot een goed einde van de behandeling te komen.

Dus om een lang verhaal kort te maken; ontslag is zeker een traumatische gebeurtenis, en kan dan ook als trauma behandeld worden. Eventueel met EMDR of aandachtgerichte therapie.

Herkent u zichzelf in bovenstaand verhaal? Neem dan contact met mij op voor een intakegesprek. Daarin maken we kennis, krijgt u uitgebreid de gelegenheid om uw verhaal te vertellen en kijken we samen naar de behandeling die het beste bij u past.

Ruziemaken: hoe doe je dat?

Terwijl ik in de tuin zit te genieten van een onverwacht mooie dag in oktober, komen een paar mussen op visite. Ze plukken aan de grassprieten tussen de tegels. Al gauw ontstaat er ruzie en is het een gekwetter van jewelste. Genietend van dit schouwspel, gaan mijn gedachten terug naar vroeger.

“Tuut, tuut, tuut, in gesprek”, roept mijn vader als mijn stem wat harder klinkt in een gesprek met mijn zus. Ruziemaken was er bij ons thuis niet bij. Dat dit later een gebrek aan communicatie zou zijn heb ik me nooit gerealiseerd. Nu weet ik dat kinderen enorm veel leren van ruziemaken.

Je leert je gevoelens onder woorden brengen, je leert voor jezelf opkomen. Je leert onderhandelen en rekening te houden met de gevoelens van een ander. Daarnaast, en zeker niet minder belangrijk, leer je samen met anderen tot compromissen te komen. Je leert het meest van een ruzie als je de kans krijgt de ruzie zelf op te lossen. En waar beter dan thuis kun je het ruzie maken uitproberen als kind. De relatie met broer of zus is heel veilig, want die raak je niet kwijt en een vriendje natuurlijk wel.

Ruziënde kinderen zijn voor de ouders niet fijn en de verleiding kan heel groot zijn de kinderen te verbieden ruzie te maken. Dit is echter een aanpak die weinig effectief zal zijn en de kinderen leren hier niet veel van. Door de verantwoordelijkheid voor het oplossen van de ruzie wel bij de kinderen te laten, natuurlijk met begeleiding van de ouders, leren kinderen ruzies in betere banen te leiden. De ruzies verdwijnen hierdoor niet, maar verlopen wel beter en zullen mogelijk afnemen. En verdwijnen, hoeven ze niet, want ruzie maken hoort ook bij het leven.

Vaak bijten wij ons vast aan de wrevels die voort kunnen vloeien uit een ruzie. Koppig wachten we tot de ander de eerste stap zet, ervan overtuigd dat dit de enige manier is om te vergeven. Als we ons aan onze woede vastklampen, maken we innerlijk van een mug een olifant. We beginnen te geloven dat ons gelijk belangrijker is dan ons geluk.

Dit is niet waar. Gelukkig word je door los te laten, en door de eerste stap te zetten. Gun anderen hun gelijk, want dat betekent nog niet dat jij ongelijk hebt. Pas op latere leeftijd heb ik leren ruzie maken. Het heeft een hele tijd geduurd voordat ik begreep dat een ruzie niet altijd tot een breuk hoeft te leiden. Ruziemaken gaat ook over het innemen van je eigen plek. Geef jezelf en je kinderen de kans om belangrijke sociale vaardigheden tijdens een ruzie te kunnen ontwikkelen binnen de veiligheid van het gezin.

De wereld in elkaar zetten.

Tom kwam thuis van zijn werk, ging in zijn luie stoel zitten, pakte de krant en hoopte zich al lezend even te kunnen ontspannen, Sarah, zijn dochter van zes, dacht daar heel anders over: “Papa, wil je een spelletje met me doen?”
“Nu niet, schatje, papa is moe en wil even uitrusten.”
“Hè, toe nou, papa!”
Tom dacht heel even na en kreeg een idee. Hij scheurde een stuk uit de krant waarop de aarde stond afgebeeld en scheurde dat in twintig stukken.
“Weet je wat, hier heb je een puzzel van de aarde. Vraag mama maar om plakband. Als je de puzzel af hebt, gaan we spelen.”
Sarah holde weg met de stukjes papier en Tom dacht een halfuur rust te hebben. Vijf minuten later stond zijn dochter alweer voor zijn neus, met de puzzel. Hij was af.
Verbaasd vroeg Tom: “Hoe heb je dat zo vlug voor elkaar gekregen?”

“Het was heel gemakkelijk, papa! Kijk maar, er staat een mens op de achterkant. Toen die goed was, was de wereld ook goed.”

Dan Millman

Een bord met schillen

Misschien denkt u wel ‘wat is er zo bijzonder aan een bord met schillen’?
Terwijl ik in mijn tuin zit te genieten van de laatste zonnestraaltjes, doen deze schillen mij aan iets heel anders denken dan aan een geschilde appel of gepelde sinaasappel. Ze doen mij denken aan mijn eigen (innerlijke) groei. Door anderen word ik vaak gezien als een sterke, daadkrachtige en sociaalvaardige vrouw. Dit is de buitenkant, de schil dus, die laat ik aan iedereen zien. Toch heb ik het in de afgelopen jaren aangedurfd heel voorzichtig, schilletje voor schilletje, mijzelf af te pellen. Geen gemakkelijke weg om te gaan.

Eén schilletje, om aan mijn kinderen te laten zien dat ik ook verdriet kan hebben, niet altijd precies weet wat ik moet doen en zelfs mijn fouten laat ik nu aan ze zien. Een ander schilletje stond voor het tonen van mijn eigen smaak, er gewoon vooruit komen wat ik mooi en lelijk vind. Het lijkt zo gemakkelijk, je niets aantrekken van wat een ander vind. Dan volgt er nog een schilletje dat ik de naam “Grenzen” zal geven. Als iemand te laat komt, of een afspraak verschuift, ben ik de eerste die begrip toont. Toch vind ik het niet prettig. Juist omdat ik zoveel begrip voor de situatie heb, zijn er steeds meer mensen
die hier misbruik van maken. Door heel langzaam dit schilletje te verwijderen zie ik steeds vaker kans mijn grens aan te geven en zelfs te behouden. Dit is een proces dat volgens mij een levenlang zal duren.

Een schilletje dat in het verlengde van het voorgaande ligt, heet “aardig gevonden worden”. Heel veel energie heeft dit schilletje mij gekost. Altijd maar meegaan met anderen, niet dwars willen liggen, me gedragen zoals ik denk dat een ander van mij verwacht. En weet u wat zo leuk is, toen dat schilletje eenmaal gevallen was bleek, dat hoe minder ik mijn best hiervoor deed, hoe meer mensen mij aardig vonden.

Terwijl ik aan het schrijven ben, besef ik dat er weer een schilletje gevallen is.
Dit zal niet de laatste zijn. Dit is voor mij een proces dat voortduurt. Hoe is dat voor U?

Dit verhaal komt uit het boekje Licht op de schaduw van Debbie Ford.

Het Kasteel

Stel je voor dat je een heel groot kasteel bent met lange gangen en duizenden kamers. Iedere kamer in het kasteel is perfect en bezit een speciaal geschenk. ledere kamer vertegenwoordigt een bepaald aspect van jezelf en vormt een geïntegreerd deel van het complete, perfecte kasteel.

Als kind onderzocht je iedere centimeter van je kasteel zonder schaamte of oordeel. Zonder angst doorzocht je iedere kamer om er juwelen te ontdekken en het mysterie ervan te doorgronden. Met liefde betrad je iedere kamer, of het nu een toilet, een slaapkamer, een badkamer of een kelder was. ledere kamer was uniek. Je kasteel was vol van licht, liefde en verwondering.

Op een dag kwam er echter iemand naar jouw kasteel en vertelde je dat een van je kamers niet goed was, dat die toch zeker niet in jouw kasteel thuishoorde. Diegene stelde voor dat als je een perfect kasteel wilde hebben, je deze kamer beter kon afsluiten. Omdat je liefde zocht en geaccepteerd wilde worden, sloot je snel de kamer af.

De tijd verstreek, en er kwamen steeds meer mensen naar je kasteel. Zij gaven allemaal hun mening over de diverse kamers, welke zij wel leuk vonden en welke niet. En langzaam maar zeker sloot je de ene na de andere deur af. Je prachtige kamers werden afgesloten, het licht viel er niet langer naar binnen en zij verdwenen in het donker. Een cirkelgang werd in werking gezet. Vanaf die tijd sloot je steeds meer deuren, om verscheidene redenen. Je sloot deuren omdat je bang was, of omdat je dacht dat de kamers te overdadig waren. Je sloot de deur naar de kamers die te conservatief waren. En je sloot deuren omdat een van jouw kamers in andere kastelen niet voorkwamen. Je religieuze leiders vertelden je dat je niet langer in bepaalde kamers mocht verblijven, dus deed je weer een deur dicht. Iedere deur die toegang gaf tot iets dat niet aan de maatstaven van de maatschappij of aan je eigen ideaal voldeed, ging dicht.

De dagen waarin je kasteel eindeloos scheen en je toekomst opwindend en helder, waren voorbij. Je hield niet langer van iedere kamer met dezelfde liefde en bewondering.
Kamers waar je eens trots op was, wilde je nu liever laten verdwijnen. Je probeerde manieren te verzinnen om deze kamers kwijt te raken, maar ze maakten deel uit van je kasteel.

Nu je de deur gesloten had naar verscheidene kamers die je niet leuk vond, verstreek de tijd, en op een dag vergat je gewoon dat die kamers er waren. In het begin realiseerde je je niet wat je aan het doen was. Het werd langzamerhand een gewoonte. Omdat iedereen je verschillende boodschappen gaf over hoe een prachtig kasteel eruit zou moeten zien, werd het gemakkelijker naar hen te luisteren dan te vertrouwen op je eigen innerlijke stem: de stem die het complete kasteel liefhad.

Door die kamers af te sluiten, begon je je veilig te voelen. Al snel bemerkte je dat je nog slechts een paar kleine kamertjes bewoonde. Je had geleerd hoe je het leven kon wegsluiten, en je voelde je daarbij op je gemak. Velen van ons hadden zoveel kamers afgesloten dat ze zelfs vergaten dat ze ooit een kasteel waren geweest. Ze namen gewoon aan dat ze slechts een klein huisje waren met twee slaapkamers en achterstallig onderhoud.

Stel je nu eens voor dat je kasteel de plek is waar je alles van jezelf laat wonen, zowel het goede als het slechte, en dat ieder aspect dat op deze planeet bestaat in jou woont. Eén van je kamers is liefde, één is moed, één is elegantie en een andere is genade. Er zijn eindeloos veel kamers. Creativiteit, vrouwelijkheid, mannelijkheid, eerlijkheid, integriteit, gezondheid, assertiviteit, sensualiteit, kracht, verlegenheid, haat, hebzucht, frigiditeit, luiheid, arrogantie, ziekte en kwaad zijn kamers in jouw kasteel. Iedere kamer is een essentieel onderdeel van het geheel en iedere kamer heeft een tegenpool ergens in jouw kasteel. Gelukkig zijn we alleen tevreden wanneer we dat verwezenlijken waartoe wij in staat zijn. Het feit dat we niet tevreden zijn met onszelf zet ons ertoe aan de verloren kamers van ons kasteel te zoeken.

Wij kunnen onze uniciteit alleen vinden wanneer wij alle deuren van de kamers in ons kasteel openen.

Weg met die rijangst!

Opgelucht, met sterretjes in haar ogen en met rode wangen van de opwinding stapt ze uit de (les)auto. “Yes”, zegt ze met luide stem “eindelijk kan ik weer zelf autorijden, zonder de ‘toeristische’ route te moeten pakken als excuus om niet de snelweg op te hoeven”. Over rijangst praat je niet zo makkelijk, veel cliënten schamen zich hiervoor. Als het al tegen vriendinnen wordt verteld, is de reactie zo vaak “daar heb jij toch geen last van, je bent zo zelfstandig”. Na jaren niet meer op de snelweg te durven rijden is het haar eindelijk gelukt! Na een korte therapie en een aantal therapeutische autorijlessen kan ze ontspannen de weg weer op.

Ze is niet de enige die last had van rijangst. Een half miljoen Nederlanders kampt met hetzelfde probleem als zij, blijkt uit onderzoek van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Mensen met rijangst durven de auto niet meer in en zoeken alternatieven om van a naar b te reizen. Ze pakken de trein, bus of carpoolen en soms wordt de eigen auto zelfs verkocht. Na een (auto) ongeluk of na een traumatische ervaring komt soms jaren later ineens de rijangst om de hoek kijken. Niet altijd heeft dit te maken met het autorijden zelf. Vaak is hieraan vooraf al eens een andere angst ontstaan, bijvoorbeeld angst om in een lift te stappen. Dit is redelijk makkelijk op te lossen. Je neemt de trap of als dit niet mogelijk is ga je gewoon naar een andere winkel.

Als je echter geen auto meer durft te rijden, wordt je wereld ineens een stuk kleiner en wordt je afhankelijk van de hulp van anderen. En dat vindt niet iedereen even prettig.
Rijangst wordt al jaren aangepakt door gespecialiseerde instructeurs. Maar zulke cursussen beginnen meteen in de auto. Op de korte termijn lijkt dit prima te werken. Ik zeg echter: “ga eerst op zoek naar de oorzaak van de angst, voordat je iemand weer achter het stuur zet”. De kans is dan veel groter dat deze therapie een lange termijn oplossing biedt.

Verandering

Als ik op weg ben naar mijn vriendin merk ik dat de rem van mijn auto anders aanvoelt. Ik kan hem bijna niet meer intrappen en om te remmen moet ik veel kracht zetten. Mijn auto is nu echt aan vervanging toe. De onderhoudsbeurten worden steeds duurder. Samen met mijn vriendin ga ik naar een aantal autobedrijven om te kijken wat er te koop is. Ik zoek een auto met een goede hoge zit, genoeg kofferbakruimte, een compacte vierpersoons, goede stoelen en niet te groot. Dit jaar ga ik steeds verder weg om trainingen en lezingen te geven. Dus moet het vooral een auto zijn waarin ik me veilig voel.

Na wat onderzoek op het internet gaan we naar drie garages in de buurt. Tot mijn verbazing voel ik me thuis in de showroom. Wat ben ik veranderd. Vorig jaar nog vond ik dit echt een mannenwereld en voelde ik me niet op mijn gemak. Als één van de verkopers mij de volgende dag belt dat er een auto is binnengekomen die aan mijn eisen voldoet, vind ik mezelf even later druk onderhandelend in de showroom. En dan maar blijven zeggen dat ik niet zakelijk ben.

En de veranderingen gaan maar door. “Rijdt u hem zelf uit de showroom voor de proefrit?”, vraagt de verkoper wat aarzelend. “Ja hoor” zeg ik stoer en net als ik eruit wil rijden komt er een grote caravan vlak voor de uitgang staan. Rustig blijf ik wachten totdat de caravan een stukje voorruit is gereden. Dan ga ik op weg. De auto ziet eruit als een zonnetje, hij rijdt als een zonnetje en ik straal als een zonnetje. Even later zijn we terug en sluit ik de deal. Onderweg naar huis denk ik aan een uitspraak van Olaf Hoenson: ‘Soms moet je veranderen om jezelf te kunnen blijven’.

De kracht van de generaties

“Ik wil de mannenlijn wel opstellen” zegt een van de cursisten van de opleiding familieopstellingen. Met de verwachting dat er niet zo veel zal gebeuren omdat hij al heel veel heeft uitgewerkt, kiest hij de representanten voor zijn vader, opa en grootvader. Als de representanten op hun plek gezet zijn, gebeurt er iets bijzonders. De representant van de vader begint hevig te schudden met zijn armen en benen en dreigt bijna om te vallen. Vlug vang ik hem op en zet hem op een stoel. De representant van de grootvader zet ik achter hem en gelijk wordt het schudden wat minder. Ik voel veel energie tussen de vader en de grootvader. Als ik vraag of de grootvader iets tegen de vader wil zeggen, antwoordt deze “Je kunt het best, je bent zelfstandig genoeg”. De vader wordt nog rustiger en vindt het fijn dit te horen. Ademloos kijken de cursisten toe, hoe de opstelling verder gaat. Als de vader, na het uitwerken van wat speelt tussen hem en zijn vader, weer gaat staan, zien we hoe de kracht bij alle generaties toeneemt. Dit is het moment om ook de huidige generatie aan de mannenlijn toe te voegen. Als afsluiting vraag ik hem op de grond te gaan zitten en te ervaren hoe het voelt om te leunen op de generaties achter je. Met gesloten ogen leunt hij achterover tegen de benen van zijn vader. “Ik kan zo wel uren blijven zitten, wat voelt dit fijn”. Ik laat hem hier nog even van genieten en dan gaan we weer verder met de les.

Een dagje vrij

Samen met mijn vriendin Nel ga ik een dagje fietsen door de duinen op Texel. We kijken er allebei naar uit. Om acht uur zondagmorgen stappen we in de auto en gaan op weg. Als ik Nel vertel dat ik nieuwsgierig ben naar de route via Medemblik gaat mijn ‘NelNel’ meteen aan het werk. “Hier linksaf” zegt ze en wijst naar rechts. O ja, dat was ik vergeten, Nel heeft haar eigen links en rechts, en lachend sla ik rechtsaf. Zo rijden we via een prachtige route over provinciale wegen. Soms lijkt het alsof we alleen op de wereld zijn. Na drie kwartier komen we aan in Den Helder, waar de boot al ligt te wachten. Heerlijk die zeewind door je haren. Je hoofd helemaal leeg en genieten in het hier en nu.

Nadat de fietsen afgesteld zijn op onze hoogte, stappen we op en vertrekken eerst naar De Koog. Zo’n 19 kilometer verderop. Hier aangekomen lopen we lekker langs de winkels en besluiten na een uurtje op een terras wat te drinken. Wat een gezellige drukte en wat werken de mensen op dit eiland hard. We stappen weer op de fiets en gaan naar het strand. Bij het stallen van de fietsen in het losse zand merk ik dat mijn ‘wonderbeen’ zich hier niet prettig bij voelt en ik vraag me af of het verstandig is om straks de duinen in te gaan. Het is gezellig druk op het strand, we genieten van het kijken naar de spelende kinderen in het water.

Dan gaan we weer verder. Nel vraagt “door de duinen?” en ik zeg stoer “Ja hoor, het gaat best”. Steeds als er een helling komt mindert Nel vaart en vraagt of ik het nog red. En na een paar keer zeg ik vrolijk “Weet je, als jij mijn been loslaat kan ik makkelijker fietsen”. Ze schiet in de lach en stilletjes geniet ik van haar zorgzaamheid.

De ene keer rijden we op een glad (fiets)pad en even verderop liggen er opeens allemaal eikels, die voor wat hindernissen zorgen. En ook een aantal gaten en hobbels in het geasfalteerde pad komen we tegen. “Het is net het leven” denk ik terwijl we verder fietsen. De obstakels op het pad, zorgen voor extra belasting van mijn been. En bij de volgende helling besluit ik af te stappen en een stukje te lopen. Ik bel met de fietsbel zodat Nel, die voor me rijdt merkt dat ik afstap en samen lopen we verder. Na een tijdje stappen we weer op.

Het fietspad wordt steeds smaller en als ik een vader met zijn zoontje, die dapper zijn stuur probeert stil te houden, zie aankomen, ga ik op de weg rijden om hen de ruimte te geven. Het jongetje ziet wat ik doe en rijdt, vol bravoure met een ondeugende lach op zijn gezicht, ook de weg op. Ik kijk geschrokken naar de vader en zeg verontschuldigend, “ik geef niet echt het goede voorbeeld hè”. Hij schudt lachend zijn hoofd en roept zijn zoontje weer bij zich. Nel en ik fietsen verder. Bij elke ‘paddenstoel’ stapt Nel af om te kijken welke richting we op moeten. Zelf merk ik dat dit op- en afstappen een extra belasting is. En dan ineens zie ik in de verte, terwijl Nel weer afstapt om de richting te zien, de boten liggen. “Kom maar Nel, gewoon rechtdoor” en ik zet ‘met de ‘stal’ in zicht, de spurt er in. Nel roept me nog na, “Nee hoor, we moeten hier linksaf”. Rustig fiets ik door, ze komt vanzelf wel. Als ze weer naast me fietst, zegt ze nog een keer dat we eigenlijk linksaf moesten. “Je weet toch dat ik eigenwijs ben en niet altijd de gebaande paden loop”. En we fietsen op het door mij gekozen pad verder. Nadat we de fietsen hebben ingeleverd, zitten we nog nagenietend van deze heerlijke dag op een terras in de haven. Om vijf uur gaan we moe, na zo’n zestig kilometer fietsen, maar heel voldaan in de auto terug naar huis. En stilletjes beloof ik Texel dat ik snel weer terug kom.

Hulp vragen

“Dat kan ik zelluf wel” zeg ik als vierjarige tegen mijn moeder als ze mij wil helpen.
In ons gezin stond zelfredzaamheid hoog in het vaandel. Als ik een lekke band kreeg, plakte mijn vader het één keer en daarna werd er verwacht dat je het zelf kon. Als kind mocht ik ook toekijken hoe mijn vader aan het klussen was. “Wat is dat, waarom doet u dat zo?, moet dat zo netjes op volgorde liggen?” en ga zo maar door, er kwam geen eind aan. Zijn geduld was groot tijdens het beantwoorden van al mijn vragen. Soms vroeg hij mij wat uit de weg te gaan, zodat ik op veilige afstand stond. Hulp vragen deed ik alleen in uiterste noodgevallen. Jaren later genoot ik volop van mijn zelfredzaamheid. Een lamp ophangen, stekkers aanzetten, rails ophangen, zelfs het maken van een poort, ik draaide mijn hand er niet voor om. Soms liep ik tegen iets aan dat ik eigenlijk niet zo goed kon, maar ja, vragen??
Dan ontmoet ik Ilse, collega en vriendin. Vol verbazing zie en hoor ik hoe ze zonder aarzelen de telefoon pakt als ze iets niet weet, of ergens tegenaan loopt in haar werk als Mental Coach. Wat een waardevolle lessen krijg ik van haar. Het voelt nog wat onwennig, maar het gaat een stuk sneller als ik hulp vraag en gebruik durf te maken van de kennis van de mensen om me heen.

Interventie met een kopje

Vandaag staat de bijscholing Familieopstellingen o.a. in het teken van werken met Encaustic art. De kaart laat een thema zien en bij mij was dat:
Wat houdt me tegen om mezelf in de wereld te zetten?

Ik had de verschillende elementen die voor mij in de kaart zichtbaar waren uitgezocht. Een houten pop als symbool voor mezelf, een regenboogkristal voor helderheid en een knuffelbeertje als symbool voor zelfvertrouwen. Een medecursist N. begeleidde mij.
Als eerste stelden we mezelf en mijn vertrouwen op. Het knuffelbeertje bleef uit zich zelf niet heel goed rechtop zitten. Ik kreeg dus meteen te zien dat mijn zelfvertrouwen wankel is. Zodra deze twee opgesteld waren, voelde dat helemaal niet fijn. Mijn keel kneep dicht en ik voelde dat er angst zat. Dus besloten we iets op te stellen voor de angst. Op de tafel waaraan we werkten stonden twee kopjes. Ik koos het zwarte kopje voor de angst en stelde dat op tussen mezelf en het vertrouwen. Dat gaf rust.

Om te kijken of ik achter de angst vandaan kon komen om verbinding te maken met het vertrouwen begon N. te schuiven met de houten pop en de angst. Maar wat ze ook deed, de angst voelde eigenlijk wel veilig. Ik kon me er achter verstoppen en het voelde helemaal niet prettig om het vertrouwen rechtstreeks aan te kijken. Zo waren we al een tijdje aan het schuiven en kwam er niet echt veel beweging in de opstelling.

Toen kwam er een ingreep van ‘hogerhand’. Cisca (de docent) liep voorbij omdat ze trek had in koffie. Haar kopje stond nog bij ons op tafel. En zonder dat ze het in de gaten had, pakte ze vrij resoluut het zwarte kopje weg, dat stond voor mijn angst.
Ik was stomverbaasd en N. barstte in lachen uit. Cisca vroeg verbaasd wat er aan de hand was. Nee hoor, neem maar mee zei N., dit moet zo zijn. Mijn eerste reactie was, wat doet ze nou? Ik stond helemaal perplex en toen was het gewoon helder.
Het was tijd dat de angst gewoon losgelaten werd. Dat gaf veel ruimte. Toen de angst weg was, kwam er ook ruimte voor het symbool van de helderheid. Zodra deze was opgesteld, kon het vertrouwen dichterbij komen. De boodschap voor mij was:

Angst is niet fijn, maar kan ook zo veel veiligheid geven dat het een metgezel wordt en zo je kwaliteiten blokkeert. Het is een mooi voorbeeld hoe het fenomeen opstellingen werkt.

Marianne de Wolff (een cursist)

Leven in de brouwerij

Elke nieuwsbrief die de afgelopen dagen in mijn mail terecht kwam, begint met het statement “de vakantie is weer voorbij”. Alsof het jammer is. Zelf heb ik dit anders beleefd. Na een paar vrije dagen, die ik gedurende het hele jaar spontaan opneem, begint er weer een beetje ‘leven in de brouwerij’ te komen. De telefoon gaat regelmatig. De eerste afspraken staan in de agenda en de cursussen gaan weer van start. Laat maar komen die (werk)drukte. Van mij mag het.

Afgelopen zaterdag, tijdens de regionetwerkdag van de beroepsvereniging, gaf ik een lezing over ‘De vijf talen van de liefde’. Een leuke speelse manier om te kijken naar de communicatie van de belangrijke mensen om je heen. En voor het werken in de praktijk. Er zijn vijf (liefdes)talen en aan de hand van de opdrachten komt er (h)erkenning. De lezing geef ik op mijn eigen manier. Natuurlijk heb ik een mooie presentatie gemaakt in PowerPoint. Toch vind ik het prettiger om gewoon in een kring te zitten en onderdeel uit te maken van het groepsproces. Geen hiërarchie, maar samen interactief met het onderwerp bezig zijn. Door te ervaren, voel je meteen of dit aangereikte handvat voor jou prettig is om mee te werken. Hierdoor krijg je contact met de interventies. Na de enthousiaste reacties is het tijd om te lunchen. En in de middag gaan we verder met de intervisie. Aan het eind van deze netwerkdag, breng ik nog een paar collega’s naar de trein. En dan rijd ik moe maar voldaan óp naar de nieuwe, lekker drukke week.

Helpen, of niet?

“Hoef ik dan niet te helpen?” vraagt de cliënt verbaasd. Tijdens de familieopstelling met figuurtjes bleek hij de zorgen van de ouders op zijn schouders te hebben genomen. Ik leg hem uit, dat hij beter op zijn ‘kindplek’ kan staan. Dat hij hiermee ook zijn ouders weer sterker maakt. Opgelucht haalt de cliënt adem. Het voelt voor hem alsof er een last van zijn schouders is gevallen.
Soms zijn we zo druk bezig met het steunen van de ander, dat we niet in de gaten hebben dat hij steeds minder gemotiveerd wordt om tot actie over te gaan. Gelukkig (h)erken ik deze valkuil bij mijzelf ook. En dan geef ik de verantwoording weer terug waar hij hoort. Zo zorg ik ervoor dat mijn energie op peil blijft en de ander in zijn kracht blijft staan. Even leunen op iemand kan geen kwaad. Soms heb je dat gewoon nodig. Daarna kun je dan weer op eigen kracht verder. Wat kan ik toch ontzettend genieten van het mooie vak dat ik mag uitoefenen.

De grote dag

Eindelijk is het dan zo ver. De dag van de boekpresentatie. Mijn zoon komt mij ophalen en toch wel wat gespannen arriveren we bij de bibliotheek. Al snel komen de eerste gasten binnen. Sommige hebben wat moeite met het vinden van een parkeerplaats. De zaal stroomt vol. Waar mogelijk begroet ik iedereen persoonlijk. Een divers publiek is op mijn boek afgekomen.
En dan ineens besef ik hoeveel warmte en vriendschap er om mij heen is. Wat ben ik rijk! De afgelopen dagen heb ik meerdere malen voor een wit vel papier gezeten om een speech voor te bereiden. Dit is me niet gelukt. En dan, na een prachtig gedicht van Roos, is het mijn beurt. Vanuit mijn hart borrelt een speech naar boven. En ik voel me als een vis in het water. Als ik mijn zus het eerste exemplaar uitreik en haar in een gedicht vertel wat zij voor mij betekent, gaat een golf van ontroering door de zaal.
Via deze weg wil ik iedereen bedanken voor hun komst en de lieve kaarten en bloemen die mijn huis nog lang een vrolijk tintje zullen geven.

Gewoon trots!

Als ik voor het eerst de illustratie van mijn boek zie gebeuren er twee dingen. Er komt een grote lach op mijn gezicht en het geluksgevoel trekt door mijn hele lijf. De illustratie is precies geworden zoals ik me voorgesteld had. Meteen daarna merk ik dat ik ‘mijn hakken in het zand zet’. Onderaan de illustratie staat duidelijk zichtbaar Cisca Holkamp. Meteen, impulsief als ik ben, pak ik de telefoon. Nadat ik verteld heb hoe blij ik me voel als ik naar de illustratie kijk, vraag ik om mijn naam te verwijderen. Ik leg uit dat deze al op de achterkant staat. Er wordt wat verbaasd gereageerd. Doordat ik echter zo in de weerstand zit, dringt dit niet helemaal tot me door. Dezelfde avond vertel ik een vriendin wat er gebeurde. Zij raadt mij heel subtiel aan eens in mijn boekenkast te kijken. En dan zie ik dat op alle boeken de naam van de schrijver op de voor en achterkant staat.
Wat is het dan, dat mij zo triggert?

Vaak zeg ik "Laat mij maar achter de bar staan op een feestje, dan voel ik me veel prettiger". En ook tijdens een verjaardag wordt wel eens verbaasd gereageerd dat ik zo stil ben.
En dat terwijl ik toch regelmatig het voortouw neem als voorzitster van een vereniging, begeleidster van een verhalenproject en de Familieopstellingen, Schijnbaar heel gemakkelijk voor een klas sta als docente en ook het geven van lezingen ga ik niet uit de weg. Allemaal zaken waarbij ik op de voorgrond treed. Dan begrijp ik ineens wat er aan de hand is. Op de illustratie staat Cisca Holkamp! Dat ben IK! Ineens sta ik op de voorgrond zonder de ‘bescherming’ van een beroep of functie. Dat is wennen. Hier heb ik even tijd voor nodig.

Een paar weken later komt de nieuwsbrief van de uitgever via de mail binnen. En als ik die open zie ik met grote letters staan ‘Het eerste boek van Cisca Holkamp komt uit’.
Een brede lach komt op mijn gezicht en ik voel me heel trots!

Druk, druk, druk

Terwijl ik rustig zit te werken aan de column voor de volgende nieuwsbrief realiseer ik me ineens dat het al enige tijd geleden is dat ik mijn familie, vrienden en kennissen heb gesproken. Zijn ze me vergeten, of zijn ze misschien allemaal tegelijk met vakantie gegaan? Dat kan ik me nauwelijks voorstellen. Als ik terugdenk aan de laatste keren dat ik ze gesproken heb, besef ik ineens wat er aan de hand is. Als iemand aan je vraagt hoe het gaat, zeggen we bijna allemaal automatisch, goed. En als ik denk aan de afgelopen maanden, heb ik net zo automatisch gezegd hoe druk ik het heb. En daar is de valkuil!

Door steeds te herhalen hoe druk we het hebben, zouden we wel eens meer begrip kunnen krijgen dan we werkelijk willen. Langzaam beginnen de mensen om ons heen zich dan terug te trekken. We hebben dit niet zo snel in de gaten want, weet je het nog, we hebben het druk, druk, druk. Op het werk, thuis en in onze vrije tijd rennen en vliegen we van het een naar het ander. Zelfs voor, tijdens en na de vakantie hebben we het druk met van alles en nog wat. Maar pas op! Ren jezelf en de anderen niet ongewild voorbij. Want voordat je het weet wacht iedereen op het moment waarop je zelf aangeeft dat je weer tijd voor ze hebt. Sta hier zo nu en dan eens even bij stil.
En ik? Ik Ben snel op de fiets gestapt en vertel in het vervolg niet alleen dat ik het druk, maar ook wanneer ik wel tijd heb.

Leven als mens

Toen ik jonger was, wilde ik van alles. Een nieuwe brommer, een stereotoren, een televisie, de mooiste kleren, een bos met krullen, klein zijn en ga zo maar door.
Op de televisie zien we hoe vrouwen mooier gemaakt worden omdat ze onzeker zijn en zich minder voelen. Make-up, een ander kleurtje haar, een paar operaties die de minpuntjes corrigeren.
Het werkelijke probleem wordt genegeerd. Waarom iemand onzeker wordt, daaraan wordt voorbijgegaan. Verander wat niet goed wordt gevonden en de oorzaak is niet meer merkbaar. We blijven de oorzaak verbloemen.
Ik denk wel eens "Mannen zijn misschien wel veel eenvoudiger te begrijpen". Mannen compenseren hun tekortkomingen met prestaties of een succes. En natuurlijk ook met materiële zaken zoals een Porsche of een mooie grote boot. Hierdoor lijkt hun aanzien te stijgen. Mannen zijn eenvoudiger in hun denkwijze.
Stellen willen samen de perfecte kinderen. Ze moeten goed kunnen leren, uitblinken in sport of muziek. Stellen willen een perfect romantisch avondje uit. Het feit dat ze al jaren niet meer praten gaat dan pas echt opvallen. Wat zeg je tegen iemand, die je al lang niet meer kent, bij kaarslicht.

Is dit nu echt wat we willen?

Stel, ik ga nu dood, hoe zou ik willen dat er aan me gedacht werd?
Cisca was een geweldige werknemer, haar moeder was trots op haar omdat zij op haar 53ste nog een eigen praktijk is gestart, of omdat haar kinderen goed zijn terechtgekomen en uitblinken in hun werk, aan het feit dat zij een rustige buurvrouw was?

Natuurlijk niet, ik zou willen dat ze aan me dachten als iemand die oprecht zichzelf was, spontaan, impulsief, vrolijk, optimistisch, anderen zonder (voor)oordeel accepterend en dat ik mijn leven heb geleefd zoals ik het echt wilde.
Als ik dood ben kan ik het niet meer horen, maar als ik het kon zou ik willen dat ze over mij vertelden zoals ik als mens was en niet wat ik heb bereikt.
Als voor u hetzelfde geldt, wordt het dan geen tijd dat u als mens gaat leven?

Geen pokon!

Als ik de telefoon opneem komt er een ware stortvloed van woorden over mij heen. Een van mijn cliënten belt. Als de eerste druk van de ketel is probeer ik de situatie duidelijk te krijgen door het stellen van verdiepende vragen. Het is iemand die heel zorgzaam is voor anderen. Sterk genoeg om alle problemen in haar eigen leven heel dapper op te lossen. Soms met en soms zonder professionele hulp. Ze heeft net een punt gezet achter haar relatie. En voelt nog veel verdriet. Het eerste wat mij opvalt tijdens het gesprek is, dat ze steeds opnieuw praat over haar ex-vriend.
Ik probeer verschillende malen het gesprek naar haarzelf om te buigen. Na twee woorden over haar eigen situatie gaat ze prompt weer naar die van de ander. Het tweede dat mij opvalt is dat ze heel beeldend vertelt. Al snel is mij duidelijk dat zij zijn gedrag jaren heeft gevoed. Als ik haar dit voorhoud merk ik dat het niet echt ‘binnenkomt’.

Daarom vertel ik haar mijn eigen ervaring. Als je iemand die nog niet aan verandering toe is probeert te helpen heb je soms het gevoel dat je helemaal wordt uitgehold en loop je het risico niet alleen je energie maar ook jezelf te verliezen in de ander. Door dit (slachtoffer) gedrag te negeren, niet te voeden, laat je de verantwoording bij de ander. Hierdoor kun je alle energie weer in je eigen groei en verandering steken. Je laat de ander niet in de steek, je legt de verantwoording daar neer waar hij hoort.

Na een bevestigend antwoord op mijn vraag of ze vrienden heeft die haar opvangen tijdens deze nare periode, geef ik haar het volgende handvat.

Spreek met je vrienden af dat als je weer aan het ‘malen’ bent, dat ze dan tegen je zeggen "Geen pokon". En ik leg haar uit hoe planten groeien van Pokon, en dat ook de ander groeit door het voeden van zijn gedrag. Hierdoor vraagt hij steeds meer aandacht en heb je niet genoeg energie over voor jezelf. Nu schiet ze in de lach, "Ik zie hoe ik hem Pokon geef en hoe hij groter en ik kleiner wordt". Ze bedankt me voor het gesprek en vertelt dat ze haar vrienden gaat vragen haar te helpen met Geen Pokon!

Ook een counselor is mens!

Vandaag is het zo’n dag waarop ik ongemerkt mijn stressniveau aan het opbouwen ben. Als ik de vaatwasser aan wil zetten zie ik dat er schone en vuile borden door elkaar staan. Even schiet ik nog in de lach, maar dan denk ik meteen stommerd! Een telefoontje wordt plotseling afgebroken omdat mijn batterij leeg is. Als ik de deur open wil doen stoot ik met mijn nagel tegen de deur waardoor hij breekt. (De nagel, niet de deur) Mijn VAR verklaring ligt in de gang en als ik de brief openmaak blijkt het niet de verklaring te zijn die ik nodig heb. En tot overmaat van ramp zijn de schilders, die al de hele week druk bezig zijn met het schilderen van mijn huis, vergeten de schroeven weer in de raamkozijnen te draaien waardoor mijn ramen niet meer helemaal dicht gaan. Deze laatste ontdekking ontneemt me ook nog eens mijn veiligheidsgevoel.

Me er nog niet van bewust waar ik mee bezig ben, stap ik in de auto en rijd naar mijn zus. Eenmaal binnen steek ik meteen van wal. En terwijl ik mijn verhaal vertel, doet zij vergeefse moeite om mij ook de andere kanten van het verhaal te laten zien. "Ja hoor", zeg ik gefrustreerd, mijn begrip voor anderen is op dit moment even op. Nu wil ik wel eens begrip". Ze laat me stoom afblazen en zegt dan lachend: "Ach ja, het is maar net hoeveel last je ervan wilt hebben".

Op dat moment dringt het niet tot mij door. Maar als ik ’s avond op de bank zit voel ik eindelijk hoe de stress door mijn lijf giert. Dan schiet ik in de lach en hoor mijn zus weer zeggen: "Ach ja, het is maar net hoeveel last je ervan wilt hebben". Nu valt het kwartje wel. Na een paar keer diep ademhalen en de frustratie van me af zetten daalt het stressniveau gestaag. De volgende dag schroeven de schilders heel bereidwillig alle schroeven weer vast.